Home » Artikel
Etnische diversiteit in Nederlandse buurten

Sociale cohesie in diverse buurten

Tekst: Take Sipma
De oorspronkelijke versie van deze bijdrage verscheen eerder in nummer 1 2018 van Sociologie Magazine.

In steeds meer Nederlandse buurten is de etnische diversiteit toegenomen. Joran Laméris laat zien dat dit gevolgen heeft voor de sociale cohesie.

De afgelopen decennia heeft Nederland steeds meer migranten verwelkomd, en is de etnische diversiteit gestaag toegenomen. Deze groei zal zich de komende jaren voort blijven zetten. Volgens een prognose van het CBS zal het percentage Nederlanders met een migratieachtergrond verder groeien, van de huidige 22,6 procent naar 34,4 procent in 2060.
 Wat zijn de maatschappelijke gevolgen van deze veranderende bevolkingssamenstelling? Joran Laméris onderzocht in hoeverre de sociale cohesie in buurten wordt aangetast door toenemende etnische diversiteit. Ze bouwt voort op eerder onderzoek door te focussen op drie vragen: of, waarom en waar leidt etnische diversiteit tot minder sociale cohesie? Laméris komt tot een aantal interessante inzichten die zijn te lezen in haar proefschrift, getiteld Living together in diversity: Whether, why and where ethnic diversity affects social cohesion. Op 19 januari heeft ze deze met succes verdedigd aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Vluchtelingencrisis

Nadat Robert Putnam begin deze eeuw met Amerikaanse data aantoonde dat een toenemende etnische diversiteit in een buurt ertoe leidt dat mensen zich terugtrekken uit het publieke leven, heeft onderzoek naar deze relatie een vlucht genomen. Met wisselende resultaten. Zo blijkt deze claim nauwelijks houdbaar in Europese samenlevingen en verschilt de invloed van diversiteit op land-, gemeente- en buurtniveau.
 Daarnaast zijn vele onderzoeken gebaseerd op cross-sectionele data, wat het lastig maakt om causaliteit vast te stellen en rekening te houden met selectieve residentiële mobiliteit. “Dit is de mogelijkheid dat personen die niet van diversiteit houden vertrekken uit diverse buurten, wat kan leiden tot een onderschatting van een negatief diversiteitseffect”, licht Laméris mondeling toe. “Daarom heb ik de relatie longitudinaal onderzocht door veranderingen in diversiteit over een periode van vier jaar te relateren aan veranderingen in sociale cohesie, gemeten aan de hand van algemeen sociaal vertrouwen en verbondenheid met de buurt. In deze studie komt echter naar voren dat een langzame, continue stijging niet schadelijk is voor de sociale cohesie.”
 Maar wat als de etnische diversiteit onverwachts sterk stijgt? Tijdens de vluchtelingencrisis van 2015 arriveerden 43,1 duizend asielzoekers in Nederland. Door een tekort aan opvangplaatsen werden nieuwe asielzoekerscentra geopend, wat in sommige gevallen leidde tot hevige protesten. Deze situatie leent zich uitstekend voor een natuurlijk experiment. Laméris laat zien dat inwoners uit buurten waar een nieuw AZC is geopend een grotere kans hebben om hun stemvoorkeur te veranderen in een stem voor de PVV dan in buurten zonder AZC. Afgezien van het feit dat de relatie tussen de komst van een AZC en PVV-stemmen op zichzelf interessant is, zegt het ook iets over de sociale cohesie.
 Laméris: “Omdat de PVV bekend staat om zijn anti-immigratie-standpunten en de campagne om Nederland te 'de-islamiseren', beargumenteer ik dat de steun voor deze partij gezien kan worden als een indicatie van de erosie van sociale cohesie tussen de etnische meerderheidspopulatie en de etnische minderheidspopulatie.” Deze indicator van sociale cohesie blijkt dus gevoelig voor een abrupte verandering in etnische diversiteit, in tegenstelling tot haar eerdere bevinding dat langzame stijging geen effect heeft. “De bevindingen in beide studies vullen elkaar dus aan. Het zijn slechts de snelle en onverwachte stijgingen in diversiteit die schadelijk zijn voor sociale cohesie.”

Gedeeld groepsgevoel

In de volgende stap ging Laméris op zoek naar verklaringen voor het verband. Eerder onderzoek zocht de verklaringen voornamelijk in (interetnisch) contact en etnische dreiging. Aangezien mensen bij voorkeur contact hebben met gelijkgestemden, bijvoorbeeld met mensen die hun normen en waarden delen, hebben mensen over het algemeen een kleine kans om contact te zoeken met iemand met een andere etnische achtergrond. Hierdoor hebben inwoners uit een etnisch diverse buurt minder contact met hun buren, ervaren ze daardoor minder verbondenheid met de buurt en hebben ze een lagere mate van algemeen sociaal vertrouwen dan mensen uit mono-etnische buurten.
 Daarnaast kan diversiteit gevoelens van etnische dreiging aanwakkeren. Door het gebrek van een gedeeld groepsgevoel, zijn mensen bang om banen, huisvesting, maar ook macht en identiteit te verliezen aan mensen van buiten de groep. Hoe groter de diversiteit, hoe groter de ervaren dreiging, wat een negatieve weerslag kan hebben op de verbondenheid met de buurt. Anderzijds biedt een diverse omgeving meer kansen voor interetnisch contact, wat het negatieve effect van etnische diversiteit juist kan ondermijnen.

Heersende stereotypen

Deze verklaringen blijken wel samen te hangen met de ervaren sociale cohesie, maar blijken niet altijd te worden beïnvloed door etnische diversiteit. Als alternatieve verklaring toetste Laméris de invloed van de perceptie van etnische diversiteit. De gepercipieerde etnische diversiteit geeft aan hoe mensen hun buurt waarnemen en heeft daarom een meer directe invloed op hun verbondenheid met de buurt en hun algemeen sociaal vertrouwen. Het interessante is dat deze perceptie van etnische diversiteit niet alleen gevormd wordt door de daadwerkelijk situatie, maar ook door andere buurtkenmerken. Laméris: “Economische deprivatie en criminaliteit in de woonomgeving zorgen voor hogere inschattingen van diversiteit, wat mogelijk verklaard kan worden door heersende stereotypen die etnische minderheden linken aan armoede en criminaliteit.”
 Dat percepties niet volledig worden verklaard door de daadwerkelijke situatie kan ook een verklaring zijn waarom niet in elke studie een effect wordt gevonden. “Als mensen etnische diversiteit niet waarnemen, ervaren ze niet dat ze in een etnisch diverse omgeving wonen. Hierdoor kan hun gevoel van sociale cohesie mogelijk minder worden beïnvloed.”

Administratieve grenzen

Tot slot bekeek Laméris in hoeverre het uitmaakt in welke context etnische diversiteit wordt gemeten. Door beperkingen in de data wordt diversiteit doorgaans gebaseerd op administratieve buurten, terwijl de percepties van mensen zich niet laten leiden door administratieve grenzen. Aan de hand van data met de mate van diversiteit in elke vierkante hectometer in Nederland is Laméris in staat om de diversiteit rondom het huis van een respondent te schatten. Hieruit blijkt dat de invloed van diversiteit het sterkst is in een straal van 100 tot 250 meter vanaf het adres van de respondent.
 Aangezien de gevolgen van etnische diversiteit hoog op de politieke agenda staan, is het voor beleidsmakers interessant om te weten op welk buurtniveau negatieve gevolgen zich manifesteren. Maar volgens Laméris moeten we de gevolgen voor sociale cohesie vooral niet overdrijven. “Waar onverwachte en abrupte stijgingen in etnische diversiteit de sociale cohesie op de korte termijn wel kunnen hinderen, zijn langzame, continue stijgingen in etnische diversiteit niet gerelateerd aan dalingen in sociale cohesie.” Toch zou Laméris beleidsmakers van advies willen voorzien: “Het zou het wellicht vruchtbaarder en minder kostbaar zijn om percepties van diversiteit, in plaats van daadwerkelijke diversiteit, in de woonomgeving te beïnvloeden”.