Freek de Jonge - Groningen - Aardbevingen

“Net zolang totdat de bom barst”

Dit interview verscheen eerder in Sociologie Magazine, nr. 2 van 2017

Freek de Jonge als actievoerder

In februari van dit jaar startte de actie Laat Groningen Niet Zakken, met als doel 300.000 handtekeningen te verzamelen tegen de gasboringen in de Groninger provincie. De actie, aangezwengeld door Freek de Jonge (72), verliep uitermate moeizaam. De Jonge blikt terug: “Ik begrijp er helemaal niets van.”

Tekst Jacob Moerman

Het leefklimaat in de provincie Groningen werd de afgelopen decennia voor een belangrijk deel verwoest door aardbevingen, veroorzaakt door gaswinning van de NAM. Het verzet van de gedupeerde Groningers tegen de boringen had vrijwel geen succes, maar leek begin dit jaar een flinke impuls te krijgen toen cabaretier Freek de Jonge samen met een aantal inwoners een petitie met een 'negenpuntenplan' samenstelde. Wie de petitie tekende, sprak zich onder meer uit voor een scheiding tussen gas en staat, een versneld afbouwplan voor het stoppen van de gaswining en een uitkoopregeling voor iedereen die het gebied zou willen verlaten.
 De petitie ging van start middels een fakkeltocht in Groningen-stad, op 7 februari. Kort daarop beleefde de belangstelling een hoogtpunt na De Jonges oproep in het televisieprogramma De Wereld Draait Door – de website raakte overbelast.

Moderne democratie

Maar daarna werd het stiller en stiller rondom de petitie. Een door Freek de Jonge geplaatste advertentie in landelijke kranten en een televisie-uitzending van de  aardbevingsdocumentaire De Stille Beving leverden weliswaar nog enige duizenden stemmen op, maar de gewenste hoeveelheid van 300.000 handtekeningen kwam steeds verder uit zicht. Eind maart, daags na de Tweede Kamerverkiezingen (toen dit gesprek plaatsvond) bleef het aantal handtekeningen steken op iets meer dan 160.000.
 “Afgelopen weekend heb ik de kiezers van alle linkse partijen aangeschreven, met het verzoek om de petitie te ondertekenen”, vertelt Freek de Jonge, gezeten aan een tafel in een Groninger Van der Valk-hotel. “Tussen de twee en drie miljoen. Ik vind het onbegrijpelijk dat zo weinig mensen er gehoor aan hebben gegeven. De meesten zien blijkbaar niet in wat een moderne democratie is, namelijk dat je met een dergelijke petitie iets kunt veranderen. Ik had vooraf gedacht dat een paar miljoen mensen onmiddellijk zouden tekenen. Maar dat is dus helaas niet gebeurd.”
  Tot halverwege vorig jaar had De Jonge niet veel belangstelling voor het aardbevingen in Groningen, omdat hij geen goed beeld had van de enorme impact op de lokale bevolking. Maar in september werd hij door een aantal gedupeerden uitgenodigd om het gebied met eigen ogen te gaan zien. “Na een kort gesprek met deze mensen was het me al vrij snel duidelijk geworden hoe serieus de problemen zijn. Een van hen zei: we zitten gevangen in een onveilige gevangenis.”
 “Ik weet nu dat er bewoners waren die vanwege de aardbevingsproblematiek zelfmoord hebben gepleegd. Maar blijkbaar is dat nog steeds niet erg genoeg. De politiek wacht dus kennelijk totdat er iets nog ergers gebeurt, zoals een moordaanslag of een evacuatie van honderden mensen. Terwijl de politici op dit moment de mogelijkheid hebben om het tij op tijd te keren. Blijkbaar gaat men net zo lang door met die boringen totdat de laatste kubieke millimeter gas uit de Groninger bodem is gehaald.”

Van de wereld

Tussen zijn eerste en zijn zevende levensjaar woonde Freek de Jonge in het Friese dorp Workum. “Mijn vader was daar de dominee. En die had de burgemeester, de dokter, de notaris en de veearts als vriend. Eens per week kwam de schillenboer langs en er waren ook een paar mannen die het mos tussen de straattegels verwijderden. Een samenleving waarin iedereen genoegen nam met zijn functie en positie.”
 Na Workun verhuisde het gezin naar Zaandam. “Mijn schoolloopbaan verliep desastreus”, geeft De Jonge aan. “Mijn vader had een gymnasium-diploma op zak en zag graag dat ik dat ook zou halen. Ik belandde daardoor op het lyceum.” In de eerste klas bleef hij twee keer zitten. “Ik had gewoon totaal geen behoefte om te leren en ik kon me helemaal niet concentreren. Een verklaring daarvoor kan ik nog steeds niet geven. Ik was geen opvallend druk kind en ook was ik volgens mij niet recalcitrant. Ik denk dat ik vaak gewoon volledig van de wereld was. Zonder enige vorm van discipline.”
 Na twee jaar lyceum stapte hij over op de HBS. “Maar ook op die school bleef ik verschillende keren zitten. Ik heb in totaal negen jaar over mijn HBS gedaan, pas op mijn 21ste verliet ik de middelbare school. Wonderlijk genoeg ging ik daarna ook nog naar Amsterdam, om te studeren.” Waarom viel de keuze op culturele antropologie? “Aan die studie heb ik niet veel tijd besteed. Ik geloof zelfs dat ik niet precies wist wat die studie inhield. Ik ben vrij snel daarna overgestapt op de studie Nederlands, maar ook dat ging niet van harte. Ik was eigenlijk totaal niet geschikt om boeken te lezen of onderzoek te doen. Het was mij wel duidelijk wat ik eigenlijk wilde: op de planken staan.”
 Had de keuze voor culturele antropologie ook te maken gehad met zijn maatschappelijke betrokkenheid? “Nee, die was op dat moment bij mij nog niet aanwezig”, geeft De Jonge te kennen. Pas nadat hij bevriend was geraakt met Bram Vermeulen, met wie hij de cabaretgroep Neerlands Hoop zou vormen, werd die betrokkenheid groter. De Jonge bestempelt de ontmoeting met Bram Vermeulen in 1967 dan ook als een keerpunt in zijn leven. “Hij kwam heel duidelijk uit een sociaal-democratisch nest en voelde zich zeer betrokken bij allerlei zaken. En hij had zijn lyceum wél voltooid. Daarnaast had hij als volleybal-international al heel wat van de wereld gezien.”

Bloed Aan De Paal

Na een korte deelname van beiden aan een studentencabaretgroep richtten ze samen Neerlands Hoop op, in 1968. “Toen we begonnen, probeerden we vooral absurdistisch te zijn. In de loop der tijd richtten we ons meer op maatschappelijke vragen en gebeurtenissen. Geëngageerd cabaret bestond wel in Nederland, maar het was allemaal vrij braaf. Daardoor had ons soort cabaret al snel een shock-effect, omdat wij tegen allerlei heilige huisjes aantrapten.”
 Tegen het einde van hun bestaan als Neerlands Hoop bliezen Freek de Jonge en Bram Vermeulen de actie Bloed Aan De Paal in het leven. De actie richtte zich tegen het dictatoriale regime in Argentinië en deelname van het Nederlandse voetbalelftal aan het wereldkampioenschap in dat land, in 1978. “Ik stelde me de vraag of het wel te verantwoorden was om in een dergelijk land te gaan voetballen. Mijn standpunten legde ik voor aan Bram Vermeulen, ik vroeg hem of hij het zag zitten om tegen die deelname te gaan strijden. Als hij het op dat moment niet met mij eens was geweest, had dat ook meteen het einde van Neerlands Hoop betekend.”

Radicalisering

Freek de Jonge vraagt zich zo nu en dan wel eens af wat er gebeurd zou zijn als zijn actie succesvol was geweest en Nederland niet mee had gedaan aan dat wereldkampioenschap. De bedoeling van Bloed Aan De Paal was dat, als Nederland af zou zien van deelname, andere landen zich bij de boycot aan zouden sluiten. “De geschiedenis is een opeenstapeling van gewelddadigheden. Om de vrede te bewaren en de spanningen de kop in te drukken wachten de machthebbers net zolang totdat de bom barst. Bloed Aan De Paal leek mij nu juist een zuivere, geweldloze actie die de geschiedenis van een land mogelijk zou kunnen veranderen. Zonder bloedvergieten.”
 “In diezelfde tijd was de Baader Meinhof-groep in Duitsland actief. Ik voelde hoe klein de stap was tussen actie voeren en radicalisering. Daardoor snapte ik ook wat de leden van die groep bezielde. Als je zeker weet dat je het gelijk aan je zijde hebt, kan het moeilijk worden om dat gelijk niet door te voeren. Ten koste van alles en iedereen.” De Jonge denkt nu nog steeds dat die actie een goed plan was. “Maar ik zie nu natuurlijk ook wel in dat het een illusie is geweest. Als je zoals ik een democraat bent, moet je het hoofd buigen wanneer je je gelijk niet krijgt.”
 Maar goed, Neerlands Hoop heeft door de actie Bloed Aan De Paal destijds wél bij veel mensen het bewustzijn gekweekt dat dat regime in Argentinië moest verdwijnen. “En ik ben ervan overtuigd dat Bram en ik de sportjournalistiek in Nederland hebben veranderd. Er is sindsdien niet meer een verslag van een internationaal sportevenement, zonder aandacht voor het organiserende land. We hebben de sportjournalist er bewust van gemaakt dat sport niet alleen maar het trappen tegen een bal is, maar dat vaak ook politiek en macht in het spel zijn.”
 De Jonge meent dat de actie Laat Groningen Niet Zakken vergelijkbaar is met zijn actie uit 1978. “In beide gevallen ben ik begonnen met het idee dat het eigenlijk niet meer dan logisch is dat we met elkaar een onrecht gaan oplossen. En beide acties zijn aanvankelijk met succes gestart. Totdat blijkt welke politieke krachten en machten er aan het werk zijn. Waardoor het ondoenlijk is om de actie tot een goed einde te brengen. Beide keren was dat voor mij wel pijnlijk om te ervaren.”

Labbekakkerig

Het verschil is natuurlijk dat Laat Groningen Niet Zakken een actie dicht bij huis is, en zich niet richt op een land aan de andere kant van de wereld. “Maar nog steeds blijkt het vrijwel onmogelijk om iets te bewerkstelligen. Ik begrijp er helemaal niets van. Ik begrijp ook niet dat de mensen uit de provincie Groningen over het algemeen zo labbekakkerig te werk zijn gegaan. Die gelatenheid, ik snap het niet. Veel mensen daar zijn niet bereid om met elkaar een vuist te maken. Men is moe en lui geworden, lijkt het wel. Het is alsof de schwung uit de samenleving is verdwenen. Dat had ik vooraf anders ingeschat, moet ik eerlijk bekennen. Wat dat betreft ben ik kennelijk nog steeds zo naïef als in 1978. En dat is misschien maar goed ook. Anders was ik alleen maar cynisch in een hoekje blijven zitten.”
 De gebeurtenissen in Groningen hebben volgens De Jonge te maken met de gevolgen van het secularisatieproces in de samenleving: “We zijn bezig om ons steeds meer te onthechten. We focussen ons op ons eigen wereldje en de eigen individuele veiligheid. En de boosheid richt zich alleen nog maar op de grote boze buitenwereld. Dat kun je treurig noemen. Maar de wereld is zoals de wereld is. Daar valt weinig aan te veranderen.”