Home » Artikel

IQ-testen en ongelijkheid in de VS

Gerome Friesen

Discours

Om zowel de populariteit als de controverse van IQ-testen te begrijpen, moet je als historicus verder kijken dan de geschiedenis van de testpsychologie alleen. Het felle Amerikaanse debat over intelligentie kent vele facetten, die alle zijn geworteld in de vroege geschiedenis van de republiek. Daarbij gaat het vooral om de vraag hoe het mogelijk is dat er ongelijkheid in intelligentie tussen mensen kan bestaan in een land waar iedereen gelijkwaardig is. De verschillende facetten die in het debat spelen, zijn aan drie hoofdthema’s te verbinden. Het eerste thema is het relatief sterke denken in termen van talenten oftewel cognitieve capaciteiten, waarbij ook de relatie tussen intelligentie en etniciteit een rol speelt. Het tweede thema is de typisch Amerikaanse koppeling tussen cognitieve capaciteit en moraliteit. De nadruk op gestandaardiseerde procedures in zowel beleid als onderzoek vormt in het proefschrift een derde thema. Het onderzoek is in eerste instantie gebaseerd op archiefonderzoek in de VS. Door het lezen van briefwisselingen tussen Amerikaanse intelligentiepsychologen aan het begin van de twintigste eeuw en het doorspitten van andere primaire bronnen, wist ik een aantal onderliggende thema’s boven water te krijgen. Vervolgens heb ik historisch materiaal over de politieke en culturele geschiedenis van de Verenigde Staten geraadpleegd. Daarmee laat ik in mijn proefschrift zien dat de intelligentietest een laatste toevoeging is aan een politiek en maatschappelijk discours dat zo oud is als de republiek der Verenigde
Staten zelf.

 

 

Have-nots

Zo kijk ik naar de sterk individualistische cultuur van de Verenigde Staten om zowel de controverse als de populariteit van de intelligentiemeting te verklaren. Als je in
de VS wordt geboren, krijg je volgens Amerikanen alle kansen om van je leven een succes te maken. Dat de een wel succesvol is en de ander niet, kan in de ogen van Amerikanen alleen aan het individu liggen. Ondanks dit gelijkheidsbeginsel is er in de VS sprake van ongelijkheid tussen groepen. Hoewel er officieel geen klassenverschillen bestaan, zie je wel degelijk duidelijke verschillen tussen de ‘haves’ en de ‘have-nots’. Een kind kan inderdaad de top bereiken, maar dat kost heel veel geld en het ziet, is de neiging om onderscheid tussen mensen te verantwoorden op basis van IQ. En dat leidt in de VS weer
tot discussies: waarom zou je bijvoorbeeld blijven investeren in groepen mensen die generaties lang laag scoren? Als IQ erfelijk bepaald is, heeft het geen zin om er iets
aan te doen. moet dan van jongs af aan de juiste crèche en de juiste
scholen bezoeken. Deze route is niet voor iedereen weggelegd.
De toplaag vormt een sterk bastion, waar je niet zomaar tussenkomt. Daar hebben de Amerikanen het moeilijk mee, want deze ongelijkheid druist in tegen het
principe van de gelijkwaardigheid. Natuurlijke oorzaak In het debat over intelligentie staat de universele gelijkheid van de mens zoals vastgelegd in de Amerikaanse grondwet centraal. Ongelijkheid is daarom voor Amerikanen onverteerbaar en moet in hun optiek een natuurlijke oorzaak hebben. Dit idee van een natuurlijke oorsprong heeft in verschillende studies geleid tot grote controverse. Zo zijn er intelligentiepsychologen
geweest die op grond van IQ-testen betoogden dat zwarte Amerikanen van
nature een lagere intelligentie zouden hebben dan blanke. Dat leidde tot heftige debatten die versterkt werden door het recente slavernijverleden. Het verband tussen intelligentie en etniciteit steekt van tijd tot tijd opnieuw de kop op en telkens lopen de emoties hoog op. In de jaren negentig gebeurde dit opnieuw na de publicatie van het
boek The Bell Curve van Hernnstein en Murray. Wat je nu ziet, is de neiging om onderscheid tussen mensen te verantwoorden op basis van IQ. En dat leidt in de VS weer
tot discussies: waarom zou je bijvoorbeeld blijven investeren in groepen mensen die generaties lang laag scoren? Als IQ erfelijk bepaald is, heeft het geen zin om er iets
aan te doen.

 

 

 

 

Deugdzame burger

 

Van grote invloed is ook de christelijk gekleurde overtuiging dat er een verband bestaat tussen intelligentie en moraliteit. Een IQ-test zou kunnen voorspellen of iemand al dan niet zal opgroeien tot een deugdzame burger. Dit idee ontstond in de negentiende eeuw als offensief tegen de groeiende welvaart en de dreigende secularisatie. De
christelijke hervormers wilden de samenleving verbeteren door de deugdzaamheid van het individu te vergroten. Zij waren ervan overtuigd dat verstandelijke vermogens daarbij
een centrale plaats in namen. En deze aanname zie je nog steeds: Amerikanen verwachten van mensen met een hoog IQ dat ze deugdzamer zijn dan mensen met een laag IQ. Dat is een van de redenen waarom de IQ-test in de VS zo populair is geworden. In Europa kunnen we ons daar weinig bij voorstellen. 

 

 

Overal dezelfde test

 

Tot slot valt op dat voor Amerikanen de IQ-test zelf borg staat voor de wetenschappelijke objectiviteit van de uitslag en niet de mening van de psycholoog als expert. Ook dit valt te herleiden tot het ontstaan van de VS. Angst voor tirannie en corruptie van de Engelse adel was uiteindelijk de belangrijkste drijfveer voor Amerikanen om de onafhankelijkheid uit te roepen. Tirannie en persoonlijke corruptie zijn sindsdien begrippen die in de VS gevoelig liggen. Het meten van zoiets belangrijks als intelligentie mag je dus niet laten afhangen van één persoon. Het oordeel moet gebaseerd zijn op een objectieve, transparanteprocedure. Een IQ-test levert keiharde data, waar je als overheid je beleid op kunt baseren. In een land waar het wantrouwen ten opzichte van de overheid groot is, speel objectieve kennis in de vorm van kwantitatieve data een grote rol voor beleidsmakers om hun beleid te schragen en dus feitelijk te sturen. Dat is ook de reden dat de uitslag van een IQ-test zo volledig door Amerikanen wordt
geaccepteerd. De intelligentietest en het classificeren van mensen naar hun intelligentie lijken zo een cultureel product van de Verenigde Staten te zijn, niet minder dan het patriottisch liberalisme of de fast foodketen. De vanzelfsprekendheid van het begrip intelligentie als een neutrale term en de gestandaardiseerde intelligentietest als
objectieve manier om intelligentie te bepalen, maar ook de blijvende debatten daarover, blijken in een reeds lang bestaande traditie te staan. Daarin vormt het individu het
uitgangspunt voor het in standhouden van de maatschappelijke orde.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Auteur: 

Ger Tillekens