Home » Column

Bakens verzetten

Column Mark van Ostaijen

Auteur: 

Ik mag de balans op gaan maken. Na bijna twintig columns in bijna tweeënhalf jaar is het tijd om plaats te maken voor een nieuwe stem op deze plaats. Dit is mijn laatste column voor Sociologie Magazine. Daarom deel ik voor de laatste keer graag in mijn sociologische verwondering en daarvoor put ik graag uit mijn onderwijs.
 Ik geef het vak Sociology voor (internationale) bestuurskunde-studenten in Rotterdam. Daarin geef ik studenten een opdracht om zich middels sociologische verbeeldingskracht te verwonderen. Daarin moeten ze aan het eind van het vak opschrijven wat ze is opgevallen of verbaasd heeft in het vak. Een student verbaasde zich erover dat ik als docent het n-woord had gebruikt (dat had ik gedaan in de context van titels van een van de boeken van W.E.B. du Bois). Ze verbaasde zich erover, als Amerikaanse student, dat niemand, ook niemand van kleur, in de collegezaal zich daartegen verzette. Op zichzelf al interessant genoeg. Maar dat zette haar er niet toe aan om de collegereeks af te sluiten met normatieve diskwalificaties. In plaats daarvan besloot ze via sociologische concepten te reflecteren op zichzelf en vroeg ze zich af, baserend op het Thomas Theorema, of het normaal is dat als een meerderheid een bepaald gebruik als normaal acht, deze dan ook normaal is in z’n consequenties. Vanuit een sociaal-constructivistische analyse plaatste ze vervolgens vooral vraagtekens bij haar eigen culturele veroordeling, situeerde ze zichzelf in een Europees discours rondom race en abnormaliseerde ze haar eigen normaliteit.
 Ik vond deze exercitie van een eerstejaars-student getuigen van bijzonder veel reflexiviteit en kritisch vermogen en heb hier daarom ook collectief op gereflecteerd met mijn studenten. Het toont ook aan dat de sociologische verbeeldingskracht een sterk instrument is om sociologisch te verbeelden. Het helpt om studenten verder te brengen in hun persoonlijke ontwikkeling en om collectieve issues niet ver weg op afstand, maar dichtbij begrijpelijk te analyseren. Dat lijkt me heel belangrijk in een didactische context en het is altijd schitterend om te zien als dat vuur overspringt op studenten.
 Daarom ben ik ook blij dat er over de gehele linie een soort hernieuwd sociologisch bewustzijn lijkt te ontluiken. Sociologie zit in Nederland na honderd jaar academische discipline weer in de lift. Vrijwel alle sociologie-opleidingen, ik heb de cijfers er nog eens bij gepakt, hebben een verdubbeling of soms zelfs een verdriedubbeling in de aantallen eerstejaars ten opzichte van 2018. Dat is deels wellicht te verklaren door een boeggolf-effect na covid, deels door het ‘Rutte-effect’ en deels door het geaccepteerde besef dat het verder individualiseren van collectieve vraagstukken, zoals gezondheid, klimaat of racisme, een doodlopende weg is. Dus wellicht speelt er meer.
 Bemoedigend in het versterken van die trend is het publiek-sociologische reveil dat zich langzaam maar zeker aan het bestendigen is. Zo is de Nacht van de Sociologie na vier edities al ver vooraf stijf uitverkocht, toont de Sociologische Bril de rijkdom van het publiek-sociologische boek en is er een prachtige podcast, de Sociologie Show, waarin publieke vraagstukken sociologisch worden geduid. En dit is nog maar het begin. Het gaat erom om langzaam terrein terug te claimen, op economen, psychologen en psychiaters, in het publieke denken. En dat is langzaam boren in dikke planken. In de krant, op de boekentafel, in de debatcentra, in de klassen Maatschappijleer, in het welzijnswerk en sociaal domein.
 Daarom is het tijd voor een nieuwe stem op deze pagina. Ikzelf zal mijn eigen bijdrage leveren door elders mijn column voort te zetten. Want het sociale is te belangrijk om het denken daarover louter aan 'gesocialiseerden' over te laten.  Sociologen hebben daarin een belangrijke taak en verantwoordelijkheid. Het is tijd om de bakens te verzetten.