De grenzen van burgerparticipatie

Auteur:
Het afgelopen decennium is een aantal toverwoorden verschenen om de maatschappij een stukje mooier te maken, met min of meer dezelfde betekenis: het burgerinitiatief, co-creatie, of simpelweg de bottom-upbenadering. In plaats van de eeuwige top-downbemoeienis van de overheid 'die wel weet wat goed is', is het idee dat lokale inwoners zelf weten wat de noden zijn, en zelf kunnen bepalen hoe zij hun omgeving willen vormgeven. Vaak gaat het dan bijvoorbeeld om de wijk te vergroenen, verduurzamen of zelfs de algehele gezondheid te bevorderen, op het platteland gaat het vaker om de bredere en meer overkoepelende 'leefbaarheid'.
Dat politici zo sterk geloven in een lokale bottom-upbenadering is goed te begrijpen: door zo’n aanpak te gebruiken, kun je lokale kennis benutten en ruimte bieden voor maatwerk, waardoor je draagvlak creërt onder de lokale bevolking. Vaak blijken deze initiatieven tamelijk succesvol, al is het maar om de bewoners van een wijk of dorp dichter bij elkaar te krijgen door een gemeenschappelijke deler te creëren. Maar los van het succes, hoe eerlijk is deze verschuiving van top-down naar bottom-up? En, is deze trend daarmee wel zo rooskleurig, of kijken we beleidsmatig simpelweg door een te roze bril?
Je kunt je afvragen in hoeverre de lokale bevolking deze problemen zou moéten oplossen. Waar veel indvididuen vooraan staan als ze hun omgeving kunnen verbeteren, zijn deze lokale bewoners eigenlijk helemaal niet de oorzaak van het probleem. Dat het (letterlijke) lijdend voorwerp zichzelf tot onderwerp wil maken is nobel en goed, maar leidt af van het oorspronkelijke onderwerp, namelijk (een samenspel tussen) bedrijven en de overheid.
Als voorbeeld kun je denken aan de aard(gas)bevingen in Groningen – jarenlang wegkijkbeleid heeft het lokale vertrouwen in de politiek bijna tot het vriespunt doen afkoelen. Ik vind het enorm dubbel. Tuurlijk zullen de locals goede ideeën hebben en weten wat er in hun omgeving speelt, maar als je op hun website leest dat inwoners het heft in eigen hand willen nemen 'gezien de stagnatie in de aanpak van de aardbevingsproblematiek en de onvrede en ongerustheid onder de bevolking', gaan er toch wat alarmbellen af. De woonwijk Spijkerkwartier in Arnhem begon een initiatief tegen energiearmoede, en heeft nu zelfs taken van de gemeente overgenomen. En dat terwijl energie een basisbehoefte is – het is nota bene de Grondwet die voorschrijft dat dit een overheidstaak is.
En alhoewel niemand van falend en nalatig overheidsbeleid echt beter wordt, raakt dit de ene partij bovendien harder dan de andere. Het laat zich makkelijk raden wie er het meeste profiteren van het afschuiven van deze politieke verantwoordelijkheid: vooral inwoners met kapitaal, kennis en een goed netwerk zullen zich gemakkelijker succesvol kunnen verenigen, terwijl juist zij dit het minste nodig hebben. Als in het krimpende plattelandsgebied of in de woonwijk met veel sociale huurwoningen zulke initiatieven minder snel van de grond komen, kunnen verschillen tussen regio’s in plaats van kleiner juist groter worden. Het benutten van lokale kennis is alleen mogelijk als deze kennis er ook is, en mensen de capaciteit en ruimte hebben om deze in te zetten. Door te sturen op initiatieven van burgers kan de ongelijkheid dus juist toenemen ten opzichte van een gecentraliseerde top-downbenadering.
Zeker, met proactieve en ondernemende burgers is niks mis, maar laten we het geen 'empowerment' noemen als dit het gevolg is van falend overheidsoptreden.

