Home » Column

Een teken des tijds

Column Mark van Ostaijen

Auteur: 

Bij een blad als Sociologie Magazine moet je een column niet te veel willen laten leiden door de actualiteit. Datgene wat ik namelijk nu schrijf is over drie maanden mogelijk hopeloos achterhaald. Maar de actualiteit van deze week dwingt me tot een uitzondering. Ook omdat de Black Lives Matter-burgerrechtenbeweging sterk de actualiteit overstijgt en over drie maanden nog steeds relevant is.

Werd eerdere maatschappelijke bewegingen (zoals Occupy of de Gillet Jaunes) vooral het ontbreken van een eenduidige agenda aangewreven, bij BLM is het helder dat men opstaat tegen racisme, uitsluiting en discriminatie. Sociologisch gezien is dat opmerkelijk. Want samenleven bestaat bij de gratie van ongelijkheid en discriminatie. Ook binnen de BLM-organisatie zal er sprake zijn van sociale uitsluiting. Maar zodra er sprake is van 'institutionele' vormen van discriminatie en racisme moeten we ons zorgen gaan maken. Zodoende ging het deze week over 'institutioneel racisme'.

De minister-president gaf aan graag 'weg te blijven' van dat woord en gaf zelfs aan dat soort 'sociologisch jargon' te 'haten'. Een slimme politieke strategie om de taal in plaats van het fenomeen zelf te problematiseren, en daarnaast kan hij met het woord 'jargon' doen alsof het hier iets betreft wat louter is voorbehouden aan een selecte club van experts. In de Tweede Kamer ging Jesse Klaver nog even verder. Hij vond het begrip te belangrijk om niét gebruikt te worden, omdat er volgens hem groepen bestaan die 'te maken hebben met institutioneel racisme' en we moeten 'snappen waar zij voor strijden'. Als daar begrippen bij horen zoals institutioneel racisme die hen daarbij helpen, 'dan vind ik het onze plicht om die begrippen ook te gebruiken', aldus Klaver.

Mark Rutte reageerde met de erkenning 'dat er plekken zijn waar institutioneel racisme voorkomt'. Maar waarom hij het begrip niet wil overnemen als algemene term, 'is dat je daarmee ook iets zegt tegen mensen die oprecht menen dat ze dat niet doen'. En dan ben je volgens Rutte 'bezig een deel van Nederland van die discussie te vervreemden'.
 Wat de premier hier laat zien is illustratief en een teken des tijds. Zoals zovelen  individualiseert de premier hier collectieve patronen van handelen, doen en laten. En dat is precies wat voortkomt uit psychologisme: maatschappelijke structuren individualiseren en datgene wat op collectief niveau begrepen dient te worden reduceren tot de kleinste noemer: het individu.

En dat is tamelijk problematisch, want institutioneel racisme gaat in de kern om ongelijke machtsverhoudingen, die worden gedisciplineerd, geproduceerd en gereproduceerd door (on)bewuste handelingen, gevoelens en gedrag. Het zijn waarden-gedreven structuren van samenleven. En juist dergelijke structuren overstijgen het individu.

Zodoende is de reflex van de premier geen aberratie, maar tekenend voor nu. Het valt de minister-president niet te verwijten, ook hij is een kind van zijn tijd. Een tijd die gedomineerd wordt door psychiaters, psychologen en neurobiologen, waardoor men langzaamaan is gaan geloven dat 'there is no such thing as society'. Het gesprek (debat is het nauwelijks te noemen) in onze Tweede Kamer toonde een kleine illustratie van een groter verhaal. Het verhaal van de sociologische onderwaardering en psychologische overwaardering.

Institutioneel racisme is geen kenmerk van individuele mensen. Het is een waarden-gedreven patroon van handelen, denken en doen dat individuen overstijgt. En daarom is het noodzakelijk dat we het debat sociologiseren. Zeker voor wat betreft de BLM-beweging, wat per definitie het individu (George Floyd) overstijgt, en uitdrukking geeft aan een collectief en internationaal ongenoegen. Het is aan ons om dat vanzelfsprekende perspectief op onvanzelfsprekende plaatsen in te laten dalen. Te beginnen bij de premier.