Home » Artikel
Reportage Detroit

Voorbij de ruïnes van Detroit

Tekst en beeld: Roy Kemmers

Detroit is bekend vanwege de lopende band, auto-industrie, Motown-muziek en techno. Maar vooral is de stad het schoolvoorbeeld van zowel de opkomst als de neergang van de Amerikaanse Droom.

Voorbeelden van verval te over. Op de plek waar in de jaren vlak na de Tweede Wereldoorlog nog de luxueuze Packard auto’s werden geproduceerd, is de Packard Automotive Plant nu al enkele decennia de grootste industriële ruïne. Die wordt slechts nog gebruikt als postapocalyptisch decor, zoals onlangs in opnames voor de nieuwe Transformers-film. Of neem het Michigan Building: dat bood plaats aan een bioscoop voor 4000 bezoekers, maar raakte in onbruik vanwege een gebrek aan parkeerruimte. Na jaren van leegstand dient het nu als een parkeergarage, gesitueerd in een zaal waarin de ooit decadente ornamenten aan plafond en muren nog zichtbaar zijn.
 Deze twee transformaties zijn misschien de meest gebruikte beelden bij het heersende verhaal van Detroit: een aftakeling van welvaart naar diepe armoede, culminerend in het faillissement van de stad in 2013.
 Vorige zomer begeleidde ik samen met mijn collega Brian Doucet een studiereis naar Toronto en Detroit voor een kleine groep studenten van het Erasmus University College. De reis was samengesteld door stadsgeograaf Doucet, kenner van beide steden. Dit artikel is voortgekomen uit wat ik rond die reis over Detroit leerde van de mensen die we daar spraken en vooral van Brian Doucet, van wie binnenkort Why Detroit Matters: Decline, Renewal and Hope in a Divided City verschijnt, met bijdragen van wetenschappers, activisten en kunstenaars.

Say nice things

Het inwonertal van Detroit daalde sinds het hoogtepunt van 1,8 miljoen in 1950 tot vlak boven de 700.000 in 2010. Tussen 2000 en 2010 verloor de stad een kwart van haar inwoners. Het is verleidelijk om mee te gaan in het dominante verhaal van Detroit als place to leave; de bewering herbergt de veronderstelling dat de stad en haar overgebleven inwoners waardeloos zijn. Maar dat is het makkelijke verhaal. De kunst is om aan de ruïnes voorbij te gaan en de processen die erachter liggen te begrijpen.
 Neem de opzienbarende installatiekunst van het Heidelberg Project, halverwege de jaren 80 opgezet door kunstenaar en zelfbenoemd amateurfilosoof Tyree Guyton. Met zijn project protesteert deze tegen het 'wegwerpnarratief' dat Detroiters en hun stad als waardeloos voorstelt. En dat doet hij door objecten die als afval zijn weggegooid een nieuw, opgewaardeerd leven te gunnen als kunst. Zo wil hij erkenning kweken voor de stad, de mensen en de andere kant van het verhaal. Probeer het eens, daagt hij de kijker uit, Say nice things about Detroit. Zijn project is constant in ontwikkeling, omvat nu bijna een heel blok en wordt op stadspromotie-websites aangeprezen als toeristische bestemming.

Kleinschalige initiatieven

Van een stad die ogenschijnlijk de speelbal is geweest van ongebreideld kapitalisme verwacht je misschien dat het een rauwe Hobbesiaanse allen-tegen-allen-samenleving is. Nu zijn er veel wijken die (’s nachts) onveilig zijn en de criminaliteitscijfers zijn hoog, maar er zijn wel degelijk kleinschalige initiatieven die tegen die logica ingaan. Wij bezochten een aantal.
 Eén ervan is Avalon Bakery in Midtown, een bakkerij die gerund wordt volgens het triple bottom line-principe: Earth, Community, Employees. Ze werken er uitsluitend met biologische grondstoffen, steunen projecten in de lokale gemeenschap, en ze betalen salarissen waar werknemers van kunnen leven, inclusief premies en ziektekosten. Medeoprichtster Jackie Victor vertelt dat mensen uit de buurt zonder ervaring worden aangenomen en opgeleid en tweede kansen krijgen. Na eerdere tegenslagen zijn ze onlangs in staat geweest om hun bedrijf flink uit te breiden.

5$ per dag

De enige wetmatigheid die in de geschiedenis van deze stad lijkt op te gaan, is dat elke ontwikkeling tenminste twee kanten heeft. Inderdaad, Henry Ford was de eerste fabriekseigenaar die zijn werknemers in 1914 de beroemde 5$ per dag betaalde, waarmee hij een kickstart gaf aan de totstandkoming van de consumptiemaatschappij. De moderne consument werd geboren middels een vacaturetekst, met de oproep te komen solliciteren in Highland Park, Detroit. Maar wat daar vaak niet bij verteld wordt is dat Ford zich daartoe genoodzaakt zag, omdat menig arbeider het monotone werk aan de lopende band al snel voor gezien hield. Of dat vakbonden met geweld door zijn als beveiliging vermomde knokploegen de kop ingedrukt werden.
 En ja, Detroit was de stad waar zwarte Amerikanen uit het racistische Zuiden een serieuze poging konden doen om een middenklassenbestaan op te bouwen – ruim 80% van de inwoners is tegenwoordig Afro-Amerikaans. De keerzijde was echter dat er ook witte zuiderlingen kwamen werken en hun racisme meenamen naar het Noorden: zij accepteerden geen zwarten in gelijkwaardige of leidinggevende posities. Dit is een van de manieren waarop de scheidslijn tussen wit en zwart historisch scherper werd uitgetekend dan die tussen arbeiders en werkgevers.

'Witte vlucht'

De race riots van 1967 vormen de enige gebeurtenis in de Amerikaanse geschiedenis waarbij het leger op eigen bodem werd ingezet om de orde te herstellen. Doorgaans wordt het geweld dat door het zwarte deel van de bevolking werd gebruikt bij deze opstand gezien als hoofdoorzaak van de 'witte vlucht' naar de buitenwijken. Die beweging naar de suburbs was echter al langer aan de gang: de aanbouw van nieuwe wijken in de buitengebieden ging in hoog tempo en zonder beperkingen door, waardoor de witte middenklasse werd verleid steeds verder van de inner city te gaan wonen. George Galster van de lokale Wayne State University noemt dit proces in toepasselijke termen de housing disassembly line.
 De vlucht van de middenklasse naar de suburbs zorgde voor een grootschalige verlating van de binnenstad. Onkruid groeit al decennia huizenhoog in bepaalde wijken in het oosten van de stad. Leegstand, brandstichting en afbraak is het lot dat veel woningen daar en elders ten deel is gevallen. Als je nu door die wijken rijdt overheerst dat mistroostige beeld. De gebouwen die er nog wel in gebruik zijn, zijn bovengemiddeld vaak – en soms zelfs uitsluitend – kerken of liquor stores.
 Omdat de buitenwijken aparte gemeenten zijn die hun eigen belastingen heffen en diensten aanbieden, was een verslechtering van de gemeentelijke overheidsdiensten in de stad het logische gevolg van de vlucht van de middenklasse. Niet functionerende straatverlichting, praktisch geen openbaar vervoer en een gebrekkige politiemacht zijn daar enkele voorbeelden van. En de mensen in de armste wijken zijn er het grootste slachtoffer van. In de wijk Woodbridge, grenzend aan de universiteit (waar staf en studenten wonen), patrouilleert de campus police; de werknemers van de bedrijven van magnaat Dan Gilbert kunnen gebruikmaken van gratis busvervoer door de stad. In andere wijken en voor andere armen zijn die private diensten er echter niet.

Huizenvoorraad

De Afrikaans-Amerikaanse Detroiters waren niet in staat om diezelfde gang naar de buitenwijken te maken. Hun structurele onderbetaling speelde een rol, maar ook de praktijk van het redlining, waarbij bepaalde buurten op de kaart werden aangemerkt als ontoegankelijk voor potentiële zwarte huizenkopers: hen werd door makelaars bijvoorbeeld een andere huizenvoorraad aangeboden. En in de koopaktes van veel huizen in de Verenigde Staten werd het indertijd nog contractueel verboden om het huis door te verkopen aan (joden of) Afrikaans-Amerikanen.
 En als banken, verzekeraars, makelaars en overheden niet tegenwerkten, was er niet zelden nog de 'informele' weerstand. De zwarte arts Ossian Sweet en zijn vrouw Gladys kochten in 1925 een huis in een witte arbeiderswijk in Zuidoost-Detroit. Op de dag dat ze erin trokken verzamelde zich op de kruising van Garland en Charlevoix ’s avonds een horde witte mensen die de Sweets met geschreeuw en stenen wilde verjagen. De politie stond erbij en keek ernaar. De Sweets hadden zich met vrienden en familie in hun woning verschanst, er kwamen schoten uit het huis en een witte man werd hierdoor gedood. De politie klaagde alle mensen uit het huis aan voor moord, maar uiteindelijk werden ze vrijgesproken op grond van zelfverdediging.

Kopje onder

Een ander voorbeeld van grassroots-initatieven vormen de D-Town Farms, waar Malik Yakini zich met de Detroit Black Community Food Security Network inzet voor het principe van voedselsoevereiniteit. Dit omschrijven zij als het recht van mensen om voldoende voedzaam en cultureel passend voedsel tot hun beschikking te hebben. En dat is niet vanzelfsprekend in een stad waar verse groenten niet in de lokale buurtwinkels worden verkocht, in tegenstelling tot het fastfood. Zelf voedsel verbouwen en mensen hierover informeren is voor hen dus geen hobby (zoals we dat in Nederland steeds vaker zien gebeuren) maar een politieke daad.
 Ook online zijn er gemeenschappen die de stad een warm hart toedragen. We ontmoeten Lowell Boileau, kunstschilder, fotograaf en webdesigner die werkruimte heeft in het beroemde Michigan Building, waar hij zijn auto dagelijks in de bovengenoemde voormalige bioscoop parkeert. Bijna twintig jaar geleden richtte hij webforum DetroitYes! op, waar belangstellenden nog steeds volop discussiëren over de vragen waar het volgens hen in Detroit om draait: wat ging er mis? Wat kunnen we eraan doen? Waar gaan we heen? Gevraagd naar zijn motivatie voor dit initiatief antwoordt Boileau: “We zwemmen allemaal in het kapitalistische riool. Maar dat betekent niet dat we elkaar kopje onder moeten duwen.”

Comeback Kid

De laatste tijd wordt Detroit steeds vaker omschreven als het nieuwe 'lege canvas' waar volop mogelijkheden zijn voor creatievelingen, toeristen en investeerders. Er wordt gesproken over een renaissance of, in termen van de in Amerika geliefde plotlijn, van de comeback kid. Er is een populaire kledinglijn die de underdog-status van de stad cultiveert met de opdruk Detroit vs Everybody, en de honkballers van de Detroit Tigers trekken volle stadions.
 Het is waar dat er in het Downtown-gebied steeds minder gebouwen leeg staan en dat het er levendig en welvarend is. Maar ook dit nieuwe verhaal verbloemt de feiten dat de meeste buurten geen profijt hebben van de investeringen in het relatief kleine Downtown. En dat leegstand vaak bewust in stand wordt gehouden door projectontwikkelaars die speculeren op de groei. Kortom, de ruïnes en de renaissance verhullen minstens zoveel als ze laten zien.

Dit artikel werd gepubliceerd in nr. 1 2017 (pp. 12-14) van Sociologie Magazine. Zie de bijgevoegde PDF.

Roy Kemmers is redacteur van Sociologie Magazine en docent Sociologie aan het Erasmus University College in Rotterdam.

Literatuur
Why Detroit Matters: Decline, Renewal and Hope in a Divided City. Brian Doucet (red.) (2017) Bristol: Policy Press.

Details