Home » Column

Intimidatie

Column Mark van Ostaijen

Auteur: 

Intimidatie

Wat je aandacht geeft groeit. Dus ik zou er hier geen aandacht aan moeten besteden. Toch weegt het belang zwaarder dan het zwijgen.
 Eind maart maakten sommige wetenschappers openbaar dat ze gevolgd, geïntimideerd of bedreigd worden. Ook wel bekend als doxxing. Het ontwricht hun privésfeer, werk en soms zelfs ook hun persoonlijke relaties. Dat is ernstig en verdient onze professionele aandacht.
 Want het zou ons niet mogen verbazen; dit komt ergens vandaan. Van wetenschappers wordt namelijk steeds meer verwacht zich met verschillende 'stakeholders' te engageren, dat heette eerst valorisatie, disseminatie en nu impact. En dus meer aandacht voor publieke vormen van wetenschap.
 Als gevolg is het niet verbazingwekkend dat na de monarchen, journalisten, politici, cabaretiers en columnisten nu ook wetenschappers (en met name degenen met een publieke agenda, volgers op social media en degenen met een activistische agenda) een aantrekkelijk doelwit zijn voor subversieve parasieten. Omdat de intimidatie zich onlangs richtte op een aantal directe collega’s, ben ik me meer gaan verdiepen in deze zaak. En ik moet tot mijn ontzetting constateren: wat ik tegenkwam is slechts het topje van de ijsberg. Ik schrok van de casuïstiek die directe en indirecte collega’s uit hun mouw schudden. Variërend van scheldpartijen, verbale intimidatie en stalken tot fysieke intimidatie en geweld.
 Tot op heden doen we er weinig aan. Ik bemerkte ook enig defaitisme en fatalisme. Want met aangiftes wordt nauwelijks iets gedaan door de politie. Zodoende vereist het een serieus gesprek. Want als we er niet serieus over spreken, blijven we onwetend en belemmert het ons om hier beter mee om te gaan. Het ontstijgt bullying zoals op het schoolplein. Niet alleen in intensiteit en reikwijdte, ook vanwege de ambiguïteit van de bron.
 Zodoende was ik zowel verheugd als teleurgesteld over het statement dat de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW) en Vereniging Samenwerkende Nederlandse Universiteiten (VSNU) onlangs uitbrachten, met een veroordeling van de  aanval op academische vrijheid. Goed dat ze achter wetenschappers gaan staan, maar het statement is tandeloos. Het dwingt geen actie of handelingsoptie af.
 Het is noodzakelijk dat het OM tegen intimidatie op kan treden. Dat kan nu niet of nauwelijks. Daarom moet de wetgeving worden aangepast om openbare intimidatie vervolgbaar te maken. En dat de bron herleidbaar moet zijn. Verschillende intimidatiecampagnes komen vanuit servers of IP-adressen buiten de EU, om daarmee het strafrecht te kunnen omzeilen. Die richten zich op het land met bijna de meeste zelfstandigen (zzp’ers) van Europa, en dus op een land met extreem veel privé-gegevens in het openbare register van de Kamer van Koophandel, ook van wetenschappers.
 Zolang de wet niet is aangepast, ligt de bal bij beroepsgroepen. En die kunnen vrij simpel het verschil maken. Voeg bijvoorbeeld een passage toe aan het KNAW-statement, in lijn met wat de beroepsvereniging voor journalisten (NVJ) eerder heeft gedaan. Daar kunnen journalisten de adres- en contactgegevens van de NVJ openbaar opgeven, zodat ze niet traceerbaar zijn in de privésfeer. Laat de KNAW dat aanbieden voor alle wetenschappers, of de NSV voor sociologie. Het is een begin en een minimale vereiste met een symbolische en pragmatische waarde om wetenschappers serieus bescherming te bieden.
 Volgens mij zijn we het stadium allang gepasseerd om ons af te vragen of we te maken hebben met een serieus probleem. Het is betonrot aan de publieke wetenschap en verdient onze aandacht.
 Normaal gesproken groeit hetgeen je aandacht geeft. Ik ben bang dat dit groeit zolang je het veronachtzaamt. Het is tijd om aandachtig te handelen.