Home » Column

Permanent vluchtig

Verdiepingen van een gebouw

Auteur: 

In 2006 kwam ik als docent in tijdelijke dienst bij de opleiding Sociologie aan de Universiteit van Amsterdam. De bedoeling was dat ik dat jaar de 'gaten' in de zogenaamde 'bemensing' van het onderwijs zou opvullen. Men wist niet of ze het volgende jaar weer werk voor me zouden hebben. Ik was 23 jaar en vond het allemaal fantastisch; docent worden was mijn droom.


Deze column van Robbie Voss verscheen eerder in Sociologie Magazine 2014, jaargang 4. Niets missen van de sociale wetenschappen? Word abonnee van Sociologie Magazine!


In verschillende constructies werd mijn tijdelijke contract uiteindelijk nog zeven keer verlengd totdat, in 2014, werd besloten dat het zo wel genoeg was. Er waren geen mazen meer in de wet en een vast contract kon niet worden gegeven, zelfs niet aan 'de beste sociologiedocent van 2013'. Na acht jaar hoorde ik niet meer bij de gemeenschap van sociologen waaraan ik mijn hart had verloren.

Ruim honderd jaar geleden vroeg Émile Durkheim, één van de grondleggers van de moderne sociologie, zich af wat mensen nog bij elkaar houdt in de moderne tijd. De gevolgen van de industrialisering en verstedelijking van Europa hadden veel traditionele leefpatronen doorbroken en de verschillen tussen mensen vergroot. Durkheim zocht eerst het antwoord in het gegeven dat het moderne samenleven als kenmerk heeft dat mensen op elkaar zijn aangewezen omdat ze zo van elkaar zijn gaan verschillen. Simpel gesteld: voor je brood ga je naar de bakker, terwijl de fietsenmaker je fiets repareert.

Uiteindelijk zag Durkheim toch in dat het idee dat mensen elkaar nodig hebben in instrumentele zin nog niet betekent dat mensen zich ook met elkaar verbonden voelen. Zónder het gevoel te horen bij iets dat groter is dan zijzelf, zonder dat de gemeenschap van mensen beleefd wordt, loopt zij het risico dat ze het idee krijgt slechts zichzelf te hebben. Dat laatste is een probleem omdat het in strijd is met de sociologische veronderstelling dat de mens door en door sociaal is – bij elkaar horen is de bron van zingeving. Decennia later onderschreef de socioloog Norbert Elias dit idee door te stellen dat het gevoel van verbondenheid, de affectieve of emotionele binding, een wezenlijk en onmisbaar kenmerk is van al het menselijke samenleven.
Volgens het Centraal Bureau voor Statistiek zijn er in Nederland nu meer dan  ,8 miljoen mensen met een tijdelijke dienstbetrekking. Vooral omdat het aandeel flexwerkers in de afgelopen tien jaar flink is gestegen, is sinds deze zomer de nieuwe Wet werk en zekerheid van kracht. Door in deze flexwet onder meer vast te leggen dat de maximale, aaneengesloten contractduur slechts twee jaar mag zijn, is het de bedoeling om werkgevers te stimuleren om meer mensen in vaste dienst te nemen. Toch is het niet gek om te vermoeden, zoals de Raad van State ook al deed, dat deze maatregel juist een omgekeerd effect zal hebben: arbeidsrelaties worden nóg vluchtiger!

Geconfronteerd met deze permanente realiteit van vluchtigheid besteed ik tegenwoordig enorm veel tijd aan 'koffie drinken', 'lunchen', 'even bijpraten' en andere eufemismen voor de informele banenmarkt. Jagend op, en opgejaagd door, kleine contractjes zwerf ik nu net als die 1,8 miljoen andere flexwerkers tussen verschillende werkgevers rond. Met een wantrouwende blik kijk ik naar mijn lopende dienstverbanden, terwijl ik met verre kennissen doe alsof ik goede vrienden ben in de hoop dat ik zometeen niet zonder werk achterblijf.

Thuisgekomen van zo’n dag netwerken overvalt me soms een diepgevoelde eenzaamheid, gevolgd door een haast verlammende beleving van zinloosheid.


Niets missen in de sociale wetenschappen? Word abonnee van Sociologie Magazine!