Home » Column

Verwende prinsjes

Sociologie Magazine - Door de jaren

Auteur: 

Je wordt soms wakker in een wereld waarvan je dacht dat die verleden tijd was. 'Eindelijk wat meer vrouwen aan de top' (Volkskrant), 'Recordaantal vrouwen aan de top' (Algemeen Dagblad) en 'Meer vrouwen aan de top dan ooit' (Financieel Dagblad). Enthousiaste koppen, vol van opluchting. Echter is dit enthousiasme verbazingwekkend. 'Meer' betekent namelijk niet 'veel'. Zo steeg het aantal vrouwelijke bestuurders van 9 naar 12%. Naar 12%! Dat betekent dat 9 op de 10 bestuurders nog steeds mannelijk is. Bovendien heeft driekwart van de bedrijven nog steeds géén enkele vrouw in de Raad van Bestuur. Dat lijkt weinig aanleiding voor euforie.
 Het toont de pijnlijke structurele ongelijkheid tussen vrouwen en mannen in Nederland. Meer algemeen hebben we in Nederland nog altijd vrij traditioneel-confessionele opvattingen over vrouwen, want: 'De man moet op de straat om zijne handel gaan, het wijf moet in het huis de keuken gadeslaan', zoals dichter Jacob Cats al in 1625 vrij poëtisch verwoorde. Zo worden Nederlandse vrouwen inmiddels gebrandmerkt als 'verwende prinsesjes' (Elma Draijer), 'weinig ambitieus' (Heleen Mees) en gewoon 'erg lui' (Sander Schimmelpenninck). Met andere woorden: het is vrouwen zélf te verwijten dat ze bewust een achtergestelde positie op de arbeidsmarkt innemen.
 Zo stelde de VVD vorig jaar dat mensen met een deeltijdcontract meer moeten gaan werken om de tekorten in de zorg en het onderwijs op te vullen. Zoals iedereen weet, hebben vrouwen de meeste deeltijdbanen in Nederland, en dus werd de deeltijdpositie van vrouwen ter discussie gesteld. Vrouwen moeten maar meer gaan werken. Dus was dit een eenvoudige manier voor de VVD om de positie van de vrouw op de arbeidsmarkt te problematiseren. En dat gebeurt vaker in Nederland. Vrouwen moeten zich aanpassen, moeten meer werken of meer ambitie tonen. Want ze zijn lui, niet ambitieus en verwend. Maar daarmee blijft de dominantie van mannen buiten schot. Dé reden dat Nederlandse vrouwen in deeltijdbanen worden geduwd.
 Want du moment dat er in een Nederlands gezin kinderen komen, blijven 9 op de 10 mannen hetzelfde aantal uren werken, terwijl 73% van de mannen een voltijdbaan heeft. Daarnaast bestaat er wet- en regelgeving die bij de komst van kinderen de positie van mannen versterkt ten koste van de vrouw. Op het moment dat er namelijk sprake is van een gerealiseerde kinderwens, zijn vrouwen maanden uit de roulatie terwijl mannen na vijf dagen fluitend weer terugkeren op de werkvloer. Zorg wordt in Nederland primair gezien als een vrouwenzaak, waardoor de 'babyboete' onevenredig wordt verdeeld. Voor mannen levert een gezin geen breuk op in de carrièreplanning. Veelal omdat hun vrouwen een stapje terug doen. Daarmee kunnen mannen eenvoudig in die voltijdbaan blijven hangen.
 Op die manier is het vrij eenvoudig om de positie van vrouwen te problematiseren. Zij moeten zich aanpassen aan de masculiene norm van voltijdwerken. Maar dat is cynisch en seksistisch. Terwijl 'keuzevrijheid' en 'zelfbeschikking' de sleutelwoorden zijn geweest in het naoorlogse emancipatiebeleid tonen de harde feiten dat de 'keuze' voor deeltijd niets met vrije keuze te maken heeft.
 Soms word je wakker in een wereld waarvan je dacht dat die verleden tijd was. Zolang de masculiene norm prevaleert, kan de positie van vrouwen eindeloos geproblematiseerd worden. Laten we de norm omdraaien en de onwrikbare voltijdhouding van die verwende prinsjes eens problematiseren. Dat lijkt me een heilzaam perspectief.