Column Mark van Ostaijen

Mannengeweld

Column van Mark van Ostaijen

 

'Je gaat het pas zien als je het doorhebt', stelde Johan Cruijff ooit. Maar als we iets doorhebben, betekent het niet automatisch dat we iets ook meteen zien. Volgens mij hebben de meesten namelijk wel door dat mannen oververtegenwoordigd zijn in het gevangeniswezen, in tbs-klinieken, eerder sterven en desondanks een onevenredige druk leggen op het zorgstelsel, en dat ze veelvuldig betrokken zijn bij geweld gericht op de andere sekse, zoals mishandeling, aanranding, en verkrachting.

 Tien jaar geleden benoemde Jan Willem Duyvendak in het tijdschrift De Groene Amsterdammer mannelijkheid al als een van de tien grootste problemen. Het is dus niks nieuws dat mannen oververtegenwoordigd zijn bij verkeersongevallen, voetbalvandalisme, rellen, extreemrechtse groeperingen, motorclubs, inbraak, overvallen en druggerelateerde criminaliteit. En als dat aan het licht komt, hebben we het vaak over 'criminelen', 'criminele jongeren' of 'relschoppers'. Recentelijk nog, toen een groep jongens uit Urk zich verkleedde als nazi’s en op straat liquidaties naspeelde, spraken verschillende media zoals de Volkskrant en de NOS over 'Urker jongeren'. Het is zoals het in 1996 in het boek Wel feministisch, niet geëmancipeerd werd verwoord: 'Zoals zo vaak wordt de term jongere gebruikt wanneer alleen jongens worden bedoeld. Vooral criminele jongens worden steevast als jongeren benoemd […]. Geweld is zelden mannengeweld.'

 Het resultaat is dat  mannelijkheid nauwelijks wordt geproblematiseerd. Want het is de norm. En als gevolg daarvan kan vrouwelijkheid daardoor wél eenvoudig worden geproblematiseerd. Voorbeelden van bekende 'krantenkoppen' te over. Zoals: 'Wat is er mis met Nederlandse meiden?' Of: 'Waarom werken vrouwen niet?' Of het nu gaat om de cover van de TINA of de titel van een documentaire op NPO3, het is in Nederland heel gewoon om vrouwen te bevragen en als groep te problematiseren. Want vrouwen 'werken te weinig', 'zorgen te veel', 'zijn te zacht', 'kiezen voor parttime', 'willen teveel', 'kiezen te weinig exacte vakken' en 'onderhandelen niet goed genoeg'.

 Begrijp me niet verkeerd, het is me niet te doen om hier het verschil tussen de seksen te problematiseren, alsof er geen verschil zou mogen zijn. Integendeel. Het is mij echter te doen om welke verschillen omgevormd worden tot een probleem. Want sekse-gerelateerde problematiseringen worden bij vrouwen vaker aan hun vrouw-zijn gekoppeld, terwijl het man-zijn als factor van ongewenst gedrag veelal onbenoemd blijft. De norm bevraag je niet, die bestaat bij de gratie van wat Abram de Swaan het 'vanzelfzwijgende' noemt.

 Waarom is de beschavingsachterstand van Nederlandse jongens nooit onderdeel van nationale zorg? Of waarom vraagt geen enkele politicus zich af wat er zo criminogeen is aan Nederlandse mannen? Dat komt omdat mannelijkheid de norm is. En de kern van het creëren van een afwijking is dat de norm verzwegen kan blijven.

 Zo is het 'normaal' om aan een vrouw in een topfunctie te vragen hoe ze haar baan combineert met het moederschap, of om in het televisieprogramma Op1 aan Ingrid Thijssen, de voorzitter van VNO-NCW, te vragen of zij wel one of the boys kan zijn. Vreemd zou het daarentegen zijn om aan Rem Koolhaas te vragen hoe hij zijn vaderschap combineert met zijn positie als 'starchitect'. Of om aan Mark Rutte te vragen hoe het is om als man de minister-president te zijn.

 Zolang man-zijn de norm is, zorgt die norm ervoor dat vrouwen zich altijd moeten verantwoorden en ook altijd te bevragen en te problematiseren zijn. Het zou verfrissend zijn als we die norm eens ter discussie zouden durven stellen. Te beginnen door mannen zelf.